Direct online een hypotheekofferte aanvragen
 
 

Inkomstenbelasting - het boxenstelsel

Om te kunnen bepalen welke hypotheekopzet in uw situatie het meest geschikt is en welk spaarproduct u het meeste voordeel biedt, is een bepaalde basiskennis van het Nederlandse belastingstelsel nodig. Het Nederlandse IB stelsel bestaat kort samengevat uit 3 boxen.
Het belastingstelsel is daarom bekend onder de naam boxenstelsel. De hoogte van het belastingtarief dat u uiteindelijk dient te betalen hangt af van de bron van inkomen (de box), de hoogte van het inkomen en de eventuele aftrekposten.

Box 1: belastbaar inkomen uit werk en woning

De inkomens uit werk en eigen woning worden bij elkaar opgeteld. Over het saldo bent u inkomstenbelasting verschuldigd. Het belastingtarief wordt hoger naarmate het belastbaar inkomen ook hoger is (progressief belastingstelsel). Het maximale belastingtarief is 52%.

Inkomen uit werk:
voorbeelden zijn loon, inkomen uit onderneming, uitkeringen en
inkomen uit overige werkzaamheden.
Inkomen uit eigen woning: bestaat uit de bijtelling van het eigen woning forfait.
Hiervan mag de hypotheekrente afgetrokken worden en diverse eenmalige kosten bij
aankoop van een woning. Omdat in de meeste gevallen de betaalde rente hoger is dan de bijtelling eigen woning forfait spreken wij dus van een negatief inkomen uit eigen woning en ontstaat er dus een aftrekpost.

Box 2: belastbaar inkomen uit aanmerkelijk belang

Deze box is bij het afsluiten van een hypotheek niet van belang.
In deze box wordt het inkomen uit aanmerkelijk belang belast. Er is sprake van een aanmerkelijk belang als een belastingplichtige ten minste 5% van de aandelen bezit van een vennootschap. Het inkomen uit aanmerkelijk belang kan bijvoorbeeld bestaan uit dividend en winst uit verkoop van aandelen. Van dit bedrag mogen eventuele kosten afgetrokken worden. Over het saldo is inkomstenbelasting verschuldigd. Het tarief is 25%.

Box 3: belastbaar inkomen uit sparen en beleggen

Het voordeel uit sparen en beleggen, zoals een spaarrekening, een kapitaalverzekering, een beleggingspolis of een beleggingsrekening, wordt gesteld op 4 % van het gemiddelde van de rendementsgrondslag aan het begin van het kalenderjaar (begindatum) en de rendementsgrondslag aan het einde van het kalenderjaar (einddatum) voor zover het gemiddelde meer bedraagt dan het heffingsvrij vermogen.

Bij Box 3  is sprake van:
  • een fictief rendement van 4% (forfaitaire rendement)
  • een gemiddeld (rendementsgrondslag)
  • een belasting tarief van 30% (vermogensrendementsheffing)
  • heffingsvrij vermogen
De vrijstelling ( heffingsvrij vermogen) in Box III is € 20.785,00.
Dit bedrag wordt jaarlijks geïndexeerd. Partners kunnen ervoor kiezen het
heffingsvrij vermogen bij elkaar te tellen. Dat verzoek moet worden gedaan in de
aangifte van de belastingplichtige die het verhoogde heffingsvrij vermogen
wenst toe te passen. Deze keuze kan jaarlijks worden herzien.
Het heffingsvrij vermogen wordt verhoogd met een kindertoeslag van
€  2.779,00 per minderjarig kind waarover de belastingplichtige of zijn
partner aan het einde van het kalenderjaar als ouder het gezag uitoefent.

U betaalt dus een 1.2%  belasting ( 30% van 4%) over uw gemiddeld
vermogen in enig jaar verminderd met het heffingsvrijvermogen.